
De inrichting van de rectorskamer is niet veranderd, maar de rector wel. Chris van den Berg verwelkomt mij met een stevige handdruk. Wij praten over zijn eerste 100 dagen op het Erasmiaans. Wie is hij? Chris heeft Germanistik gestudeerd in Leiden en aan de Freie Universität van Berlijn. Al tijdens zijn studie vroeg zijn oude middelbare school op Zuid, de Christelijke Scholengemeenschap Calvijn, of hij daar les wilde komen geven. Dat beviel zo goed, dat hij er is blijven werken. En toen Rotterdam-Zuid zijn eigen gymnasium kreeg, was Chris één van de kwartiermakers van het Zuider Gymnasium.
Daar had hij als conrector waarschijnlijk nog gezeten, als zijn vader hem niet had geadviseerd ook nog eens ergens anders te gaan kijken. En zo geschiedde. Chris trok de stoute schoenen aan en schreef zijn motivatiebrief voor het Erasmiaans. Hij werd uitgenodigd en onderdeel van de sollicitatie was een gesprek met 11 vertegenwoordigers van de Erasmiaanse gemeenschap variërend van leerlingen, medewerkers en ouders tot de medezeggenschapsraad.
“Dat was een heel motiverend gesprek. Het klikte meteen. Mij werd onder meer de casus voorgelegd hoe ik aankeek tegen de grote uitstroom in de eerste en tweede klas. Ligt de lat niet te hoog? Kunnen we er nog meer energie in stoppen en waarin dan precies? Daar had en heb ik wel een mening over. Het is voor veel 12- en 13-jarigen een grote overgang van de basisschool naar de middelbare en zeker naar het gymnasium met zijn Latijn en Grieks. Dat gaat niet iedere leerling, hoe talentvol ook, even gemakkelijk af. Sommige leerlingen hebben wat meer tijd nodig of moeten eraan wennen dat ze voor het eerst iets moeten. Op initiatief van het team wordt de niveautoets die bij een onvoldoende voor de Klassieke Talen opgelegd kan worden, vanaf dit schooljaar anders ingezet. Leerlingen gaan bij een onvoldoende hiervoor verplicht deelnemen aan steunles. Vaak zie je dat de resultaten vanaf de 3e klas heel goed zijn. We moeten de leerlingen actief ondersteunen in het proces daarnaartoe. Ik vind het mooi om te zien hoe zorgvuldig het team over deze begeleiding nadenkt.
Ja, er zijn verschillen tussen het Zuider Gymnasium en het Erasmiaans. Met name het verschil in leeftijd. Een school die 700 jaar bestaat kan terugvallen op haar geschiedenis en routines. Het Erasmiaans is een geoliede professionele organisatie. Op Zuid moesten we veel pionieren en experimenteren. Ook goed, maar anders. Dat verleden brengt wel met zich mee, dat je voortdurend moet blijven nadenken hoe dat op zichzelf bijzonder waardevolle verleden zich verhoudt tot de eisen en verwachtingen van de huidige tijd.
We waren natuurlijk collega-scholen en ik had wel een bepaald beeld van het Erasmiaans. Je ontkomt er als relatieve buitenstaander niet aan dat je denkt dat de cultuur van Kralingen en Hillegersberg hier de boventoon voert. Het Erasmiaans als elitaire school. Laat dat nou helemaal niet kloppen. De school is juist ontzettend divers en inclusief. Dat geldt zowel voor de leerlingen als de medewerkers. Het is veel meer een geheel dan ik dacht. De school bruist van de activiteiten, waar leerlingen en medewerkers enthousiast aan meedoen. Ik probeer dat via sociale media ook naar buiten te brengen. Daar was de school veel te bescheiden in. Vonden ze heel gewoon en dat is het echt niet. We moeten ons verhaal vaak tegen elkaar vertellen en ook met veel enthousiasme met anderen delen. Die hebben daar recht op. En dat is ook in ons belang.
Met hiërarchie heb ik niets. Ik ben van de inhoud en ga graag met iedereen over van alles in gesprek. Daar leer je van. Dat doe ik zowel met nieuwe docenten met hun enorm nuttige blik van buiten als met het zeer stabiele personeel dat al jaren op de school werkt en als geen ander weet wat belangrijk is. Ik denk dat ruimte voor die brede betrokkenheid ons een fijne werkgever maakt en dat is sowieso, maar zeker in ons tijdsgewricht heel belangrijk. De komende 10 jaar gaan veel docenten namelijk met pensioen. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle middelbare scholen. Jonge docenten hebben het dan voor het kiezen. Dat wordt een blijvende zoektocht naar onderwijzend talent.
Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van het (zelfstandige) gymnasium. Het is een onderwijsvorm, die ik enorm waardeer om zijn emancipatorische karakter en het biedt alle leerlingen de kans een stapje verder te zetten. Zowel Erasmianen uit de 6e generatie als kinderen uit gezinnen waar het gymnasium geen traditie is. Ik kom zelf ook uit zo’n gezin en het gymnasium heeft mij enorm verrijkt. Daar vind je de legitimatie.
In 2028 kijken we terug op 700 jaar Erasmiaans. We gaan er iets moois van maken waarbij we niet alleen terug, maar ook vooruitkijken. Er komt een jubileumraad waar onder anderen oud-leerlingen voor worden gevraagd. Eén van onze activiteiten wordt het digitaal ontsluiten van de Erasmiaanse geschiedenis: hopelijk ontstaat zo een digitaal Erasmiaans museum. En we gaan de mediatheek omvormen tot bibliotheek. Dat staat al op korte termijn te gebeuren. Boeken lezen is goed! In een gerenoveerd gebouw, want we gaan verbouwen. De aanleiding is, dat ons binnenklimaat moet worden verbeterd. De ventilatie is niet goed. En dat combineren we met groot onderhoud dat we naar voren halen. We mogen in de monumentale vleugel terug naar het oorspronkelijke ontwerp van het gebouw. Dat wordt prachtig met de kozijnen van toen, het glaswerk van toen en vloeren passend bij het ontwerp van toen. Hoe mooi is het om je gasten zo op je 700-jarig verjaardagsfeestje te mogen ontvangen!”
We hebben al te lang gesproken en Chris haast zich naar het volgende overleg. Wat een gedrevenheid en wat een ambities. Het Erasmiaans is beloond met een waardige opvolger van Bouwien!



