đŸ€ Vind elkaar op LinkedIn!

Sticky bericht

Semper Floreat en LinkedIn-groep Erasmiaans Gymnasium Alumni slaan de handen ineen. Volg de pagina, betreed de groep en verlies jouw oude schoolvrienden nooit meer uit het oog! Mis je een mede-Erasmiaan? Verspreid het woord en nodig hem of haar ook uit op het digitale Forum Erasmianum!

Uitnodiging ALV Semper Floreat

Dinsdagavond 9 juni vindt de Algemene Ledenvergadering (ALV) van Semper Floreat plaats op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam.

  • Inloop: 19:30
  • Start: 20:00
  • Einde: 21:30

Convocatie (incl. agenda) en stukken vind je op deze pagina.

Cicero klaagt Catilina aan in de Senaat (Cesare Maccari)
Cicero klaagt Catilina aan in de Senaat (Cesare Maccari)

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

d’Hane-Scheltema krijgt een 10 voor haar vertaling

Jan-Joost de Man

Wij ‘lazen’ op school Ovidius, weet je nog? Terwijl ik het opschrijf moet ik meteen grinniken, want dat had natuurlijk niets met lezen te maken. Onder een dekentje op de bank en je onderdompelen in de Metamorfosen, zoals in een roman of historisch werk, desnoods een dichtbundel? Niets van dat al, we nóemden het alleen lezen, bij gebrek aan een beter woord. Dit was hexameters uitpluizen in een poging orde aan te brengen in die verduvelde woordenbrij, omwille van het ritme stonden de woorden immers schots en scheef door elkaar. Woordenboek ernaast, vanzelfsprekend. Zo ‘lazen’ wij Ovidius.

Ovidius’ Metamorfosen door Hendrick Goltzius

Het resultaat was die uiterst curieuze proza-uitscheiding, voorbehouden aan jonge gymnasiasten: de Nederlandse omvorming van een klassieke tekst tot een grammaticale en semantische hinkelbaan waaraan je met een beetje goede wil betekenis kon ontlenen, boordevol archaïsch-Nederlands taalgebruik dat pijn deed aan je ogen. ‘Voorwaar’ – dergelijke termen.

Wilde je een voldoende halen voor je proefwerk, dan moest de Latijnse bron vooral door het krakkemikkige Nederlands heen zichtbaar blijven. Parafraseren was verboden, het ging erom dat je bewees de taalstructuur te hebben begrepen. Althans, zo ging dat in de jaren zestig en zeventig.

De poĂ«tische vertaling van alle vijftien boeken van Ovidius’ Metamorfosen door Marietje d’Hane-Scheltema, nota bene mĂ©t behoud van de hexametrische regelvorm, is een staaltje apart. Hoe heeft ze het in vredesnaam voor elkaar gekregen? En vraag twee, zou ze hiermee een voldoende hebben gescoord op school?

d’Hane-Scheltema (1932) was docente op het Erasmiaans – en is, voor zover bekend, nog niet afgedaald naar de Hades – en moet generaties lang tidbits Grieks en Latijn hebben gevoerd aan leerlingen en zelf talloze onvoldoendes hebben uitgedeeld aan suffe of onwillige tieners. Je kunt jezelf moeilijk beoordelen, of je moet Johan Cruyff heten.

Kort en goed, ik had ‘Marietjes’ vertaling decennia in de kast staan, ongelezen en wel en het leek erop alsof de ongebruikte status eeuwig zou voortduren. Er zat nog een prijssticker achterop van Hfl. 49,-.

Op mijn pad verscheen echter Cees N0otebooms Een volgend verhaal, waarin de hoofdpersoon nogal hardnekkig aan Ovidius refereert. ‘n Eerste kennismaking met werk van onlangs overleden Cees was dat en het viel bepaald niet mee. Heel ingewikkeld schrijven over simpele dingen. Wat er zich zo nu en dan aan handeling afspeelt: geen idee.

Enige kennis van de klassieken en met name de Metamorfosen strekt tijdens lezing tot aanbeveling. Hoofdpersoon in Een volgend verhaal is classicus en die mijmert, droomt en fantaseert aan een stuk door op onnavolgbare wijze. De cruciale knokpartij op het schoolplein inzake een curieus kwartet – de classicus, een scholiere, de gymleraar die met haar overspel pleegt, en diens vrouw die juist een relatie heeft met de classicus – is in een halve pagina voorbij. Je moet het fragment ettelijke malen lezen om het te kunnen volgen. De classicus krijgt overigens van alles de schuld van de rector en wordt ontslagen. Snapt u het nog? (De ontvangers van dit Boekenweekgeschenk (1991) zullen zich vaak genoeg achter de oren hebben gekrabd.)

Nooteboom gecombineerd met de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum waaraan zoveel aandacht is geschonken in de landelijke pers – werken van onder meer Caravaggio en

Bernini, toe maar – bleek voldoende stimulans om de sprong in het diepe te wagen. D’Hane-Scheltema ter hand en huppakee, onder een dekentje op de bank, bij wijze van spreken.

Van de circa 250 verschillende gedaantewisselingen in het boek kwamen talloze me bekend voor, maar van nog veel meer verrassende en vaak bizarre gebeurtenissen was ik onkundig. De (soms hernieuwde) kennismaking was prettig tot soms onthutsend. Niet zelden dacht ik tijdens het lezen: aha, dus dáár komt dit of dat vandaan, o, dus zó zat dat
 Maar ook: gadverdamme, wat gebeurt híer voor onuitsprekelijk goors?!

Uit elk van de vijftien boeken lepel ik hieronder het gekste verhaal of voor mij meest onverwachte moment op. De overige circa 235 gedaanteverwisselingen laat ik ongemoeid.

Boek I – Liefdesgod Cupido bezit een pijl en boog, waarmee hij het op personen gemunt heeft. Een pijl met een gouden punt bezorgt de getroffene een grenzeloze liefde voor zijn of haar object. Dat weet iedereen. Hij heeft echter ook een pijl met een loden punt: het slachtoffer dáárvan wordt of blijft ongevoelig voor de liefdesbetuigingen van de smekeling. Zie bijvoorbeeld Apollo en Daphne. De laatste is geraakt door een loden punt en zet het dus op een lopen voor de god. En de rest is geschiedenis. Van die verschillende pijlpunten en hun tegengesteld effect was mij niet bekend.

Boek II – Tijdens een verder niet ter zake doende ruzie tussen Apollo en Mercurius verschijnt een zekere herder Battus ten tonele. Die belooft aan beide goden geheimhouding over iets wat ze hem hebben opgedragen. Battus, ‘praatgraag’ of ‘babbelziek’, doet zijn naam eer aan en brieft de wetenschap telkens gewoon door aan een kemphaan zodra hij informatie inwint over de ander. Voor straf wordt hij in een steen getransformeerd. Een van de pseudoniemen van Hugo Brandt Corstius was Battus. Was mij niet bekend dat de (gevreesde) columnist leentjebuur had gespeeld bij Ovidius. Hij was in zijn overtuigingen en opvattingen inderdaad zo onwrikbaar als een steen.

Boek III – Jager Aktaion begluurt tijdens een tocht door het bos jachtgodin Diana, die op dat moment, zich onbespied wanend, met enkele nimfen poedelnaakt een duik neemt in een meertje. Dat komt hem duur te staan. Zodra kuise Diana hem ziet ontsteekt ze in razernij, transformeert Aktaion in een hert, waarna de voyeur door zijn eigen jachthonden aan stukken wordt gereten. Ovidius, die zijn lezerspubliek met graagte bediende als het ging om opsommingen van eigennamen (personen, steden, rivieren enzovoorts, en in dit geval honden), schetst een uitvoerig beeld van de meute. Elk van de honden heeft een voor zijn eigenschappen typerende naam. Ovidius noemt er dertig (!) van de vijftig met naam en toenaam en sluit dan droogkomisch af met: ach, in feite te veel om op te noemen. Toen ik dat las schoot ik in de lach.

Boek IV – De hoogst aantrekkelijke Hermaphroditus – in ons taalgebruik nog steeds bekend als aanduiding van tweeslachtigheid – is weer zo iemand die begeerd wordt maar niet begeerd wĂ­l worden. Zijn aanbidster Salmacis, bosnimf, doet haar uiterste best hem te verleiden, maar de prachtige jongeman moet niets van haar weten. Hij is zo onverstandig in de poel van Salmacis te gaan badderen, waarna zij hem in het water omstrengelt en hij en de nimf vervolgens (tĂłch) één worden. Nog afgezien van het feit dat ik me nooit gerealiseerd heb dat de jongeling een zoon is van Hermes en Aphrodite, terwijl dit toch zo makkelijk van zijn naam is af te lezen, zag ik tijdens lezing (nu pas) de origine van het Genesis-nummer The Fountain of Salmacis van de elpee Nursery Cryme (1971). Zo vaak beluisterd en dan een halve eeuw later pas de realisatie dat het verhaaltje rechtstreeks uit de Metamorfosen stamt… Tja, de band Genesis ontstond dan ook op Charterhouse School, het waren oorspronkelijk schoolvrienden: ze zullen als tieners best Ovidius ‘vertaald’ hebben.

Boek V – Goden zijn kortaangebonden types; je moet niet met hen dollen. Neem nu Ceres, godin van de akkerbouw, wanhopig op zoek naar haar dochter Proserpina, geschaakt door de god van de onderwereld, Hades. Ceres reist de hele wereld over, tevergeefs. Doodmoe klopt ze bij een huisje aan. Een oud vrouwtje doet open en op de goddelijke vraag om wat te drinken, ontvangt zij een beker zoete drank, besprenkeld met gebrande gerst. Dat smaakt! Dan verschijnt een jongen uit het huisje, die Ceres begint uit te lachen. Hij noemt haar een zuipschuit. Diep beledigd gooit de godin de inhoud van de nog halfvolle nap over de praatjesmaker heen; in een mum van tijd krijgt hij poten, een staart, hij verschrompelt en wordt piepklein. Waar de drankspetters te zien waren, zitten nu vlekken op z’n lijf. Een sterhagedis! Het oude vrouwtje barst in tranen uit, probeert het mormel nog te pakken maar het reptiel schiet in een hoek.

Twee vragen: de sterhagedis komt vooral in het zuiden van Afrika voor. Wat wisten de Grieken en Romeinen hiervan? En: dronk Ceres daar een glaasje bier? Op die laatste vraag is het antwoord ja. In Mesopotamië dronk men gerstenat. Ik associeerde die contreien voordien vooral met wijn.

Boek VI – Godin Latona is door Jupiter bezwangerd en zwerft rond met de babytweeling Apollo en Diana, op de vlucht voor de repercussies uit de koker van de jaloerse gemalin van de oppergod, Juno. Na veel omzwervingen komt zij in LyciĂ« terecht, ergens in het huidige AnatoliĂ«. Dorstig knielt Latona neer bij een poel om zich te laven. Plaatselijke boeren staan dit niet toe, sterker nog, zij maken van het kostelijke drinkwater een modderpoel door er scheldend in te dansen en stampen. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. Latona verandert hen in kikkers. Die episode levert een fameuze passage op: quamvis sint sub aqua, sub aqua maledicere temptant (letterlijk: hoewel ze onder water zijn, proberen ze onder water te schelden), waarin de dichter met het herhaalde ‘qua’ het gekwaak van kikkers imiteert. d’Hane-Scheltema blijkt er nog een schepje bovenop te kunnen doen: ‘
schaamteloos kwaadaardig / kwaakt onder water zelfs dat waterig gekwater door.’ Schitterend vertaald toch?

Boek VII – In Boek IV hadden we al kort kennisgemaakt met Echidna, half vrouw, half slang, de moeder van vervaarlijke hond Cerberus. Wraakgodin Tisiphone gaat daar namelijk – waarom, dat doet er nu even niet toe – een echtpaar vergiftigen met Waanzin. In haar toverdrank vinden we de ingrediĂ«nten hondenspeeksel en slangenslijm van moeder en zoon. Ja, daar kan niets goeds van komen. In Boek VII ontmoeten we Echidna weer, op het moment dat Medea een toverdrank brouwt om dood en verderf te zaaien, op basis van de wolfswortelplant uit ScythiĂ«. Wolfswortel is gegroeid uit het rondvliegende schuim van Echidna’s woedende hondenzoon, als Hercules hem aan z’n nekvel uit de diepste diepten der aarde omhoog sleurt. Eenmaal in het daglicht stolde dat schuim en groeide er een plant uit die ook wel akoniet wordt genoemd. Aldus Ovidius, die het ook niet zeker lijkt te weten, zoals wel vaker in zijn gedicht: dan maakt hij gebruik van tussenwerpsels als ‘ze zeggen dat
’ of ‘zo gaat het verhaal
’ In elk geval, van akoniet moet je verre blijven want z’n giftigheid is enorm. In de boeken over Harry Potter komt akoniet (ook wel monnikskap) voor om toverdranken mee te bereiden.

ScythiĂ«, een ruim bemeten gebied rond de Kaukasus, was in Ovidius’ tijd een plek waar onheil vandaan kwam. Onheil in de verbeelding van Ovidius stamde vaak uit dit vaag omlijnde gebied van de Scythen, een ruitervolk rond de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Sergei Prokofiev’s Scythische Suite was regelmatig te horen in de Doelen, toen alles nog koek en ei was tussen ValĂ©ry Gergiev en het Rotterdams Philharmonisch
 Gergiev is zelf een Osseet, dus voelde verwantschap met de – bij tijd en wijle oorverdovende – compositie. De uitvoeringen zijn onvergetelijk.

Tevens neemt de naam Echidna elke ware fan van Frank Zappa meteen mee op tijdreis naar 1974, toen het live dubbelalbum Roxy & Elsewhere verscheen, waarop de instrumentale compositie Echidna’s Arf (Of You) figureert. Een ritmisch hondsmoeilijk – leuke woordgrap! – maar wonderschoon nummer. Nooit de moeite genomen om de herkomst van de naam uit te pluizen, luie vlegel die ik ben; Ovidius werpt de verklaring me als het ware gratis in de schoot, na al die jaren.

Boek VIII – De beeldschone en oersterke Atalanta neemt deel aan de zwijnenjacht in het Griekse stadje Calydon, net als Meleager. Die zwijnen maken er een potje van. Ze vernielen de horticultuur en rijgen de bevolking aan hun slagtanden. Na langdurige strijd delft het reuzenzwijn het onderspit. Onderwijl is Meleager al hopeloos verliefd op Atalanta en hij gunt haar een deel van de buit. Twee medejagers protesteren en worden een kopje kleiner gemaakt door de vurige verliefde. Het blijken zijn ooms, broers van zijn moeder Althea. Op haar beurt laveert deze tussen moederliefde en noodzakelijke zusterwraak. Ze kiest voor het laatste en laat haar zoon Meleager sterven door een tovertruc. En nu komt het: zijn zusters zijn ontroostbaar, het verdriet is ondraaglijk. Zij blíjven maar rouwen, totdat het Diana te gortig wordt en zij de zussen verandert in
 parelhoenders! Zo kunnen zij klapwiekend de tragiek ontvluchten.

Hoe vaak heb ik in restaurants niet het water in de mond gekregen van ‘guinea fowl’ op de kaart en ze vervolgens met smaak verorberd? Dat kán in het vervolg niet meer: geen parelhoen meer voor mij. Verdrietige zusjes eten we niet.

Boek IX – IJzersterke Hercules, de alleskunner die de Twaalf Werken met succes afrondde – als baby wurgde hij immers al een slang – komt op een gruwelijke manier aan zijn einde. Toegegeven, in de Metamorfosen zijn relatief gezien moord, verkrachting, verminking en bizarre goddelijke straffen prominent aanwezig, maar wat deze mannetjesputter overkomt tart elk bevattingsvermogen. En dat ook nog door stom toeval. Hercules had namelijk de centaur Nessus gedood, omdat het menspaard zijn vrouw Deianira begeerde. Dat leverde Deianira een met centaurbloed doordrenkt kleed op, dat betoverd en uiterst giftig blijkt. Als de vrouw nietsvermoedend het kledingstuk naar Hercules zendt, die toevallig in een periode van neerslachtigheid verkeert, als cadeautje, slaat hij het kleed om zijn schouders. Helaas staat hij te dicht bij het vuur, het gif start zijn werk en de teloorgang van Hercules is een feit. De pijn is onverdraaglijk, zelfs voor hem, hij gilt het uit, tegelijk mĂ©t het toverkleed scheurt hij stukken vlees van zijn ledematen. Zijn bloed borrelt, zijn spieren knappen, merg en botten smelten
 enzovoort. Waarlijk een staaltje ‘horror writing’ van onze Ovidius. Van alle vreselijke doodstraffen in dit werk levert dit wel de ergste visioenen op. Het lezerspubliek van destijds zal lekker gegriezeld hebben. Men was wel wat gewend immers, als je toen ziek werd, stond je bij gebrek aan effectieve medicatie een lange en pijnlijke lijdensweg te wachten.

Boek X – De beeldhouwer Pygmalion uit Cyprus ontwikkelt amoureuze gevoelens voor een beeld dat hij heeft gemaakt uit wit ivoor. Langzamerhand krijgen zijn tedere emoties de overhand en beschouwt hij de vrouwenfiguur als een echte ‘bedvriendin’, zoals de vertaalster schrijft. Het feest van Venus breekt aan: Pygmalion offert ruimschoots op haar altaar. Venus op haar beurt laat zich niet onbetuigd. Thuisgekomen vlijt de beeldhouwer zich zoals gebruikelijk naast zijn creatie op de divan en verdorie, die ivoren borsten zijn zacht en kneedbaar geworden. De rest van het lichaam volgt. Sterker nog, rond het ochtendgloren slaat zij haar ogen op en beantwoordt zijn kussen vurig. Negen maanden later: een baby! Paphos heet hij.

We denken in eerste instantie meteen aan G.B. Shaw, die het gelijknamige toneelstuk schreef én de musical die eruit voortvloeide, My Fair Lady. Maar in Kort Amerikaans speelt Jan Wolkers met hetzelfde gegeven: kunstenaar in spe raakt geobsedeerd door de erotische opwekkingskracht van een gipsen vrouwenfiguur. Natuurlijk loopt die roman heel anders af. Geen happy ends voor Wolkers.

Boek XI – Het meest bekende verhaal over Orpheus – de zanger die zelfs een steen kon laten huilen, bij wijze van spreken – is zijn vergeefse tocht naar de onderwereld om zijn geliefde Eurydice terug naar het land der levenden te vervoeren. Dat mislukt op dramatische wijze: Orpheus kan het niet meer houden en kijkt te vroeg om. Kans verkeken.

Maar hoe vergaat het deze man verder? Ik wist het niet. Ook daarover verhaalt Ovidius, het hele gebeuren wordt in Boek X in ruime mate beschreven, inclusief zijn noodlottige blunder na zijn terugkeer uit de Hades en wat hij vervolgens doet (treuren, verhalen vertellen/zingen). Hoe komt hij aan zijn weinig benijdenswaardige einde? Dat vinden we in Boek XI, en heeft alles te maken met zijn, laten we zeggen, depressie en onverschilligheid jegens vrouwen
 ja zelfs de knapenliefde lijkt hij inmiddels te prefereren. Dat laatste blijft niet onopgemerkt: een groep Bacchanten, dolgedraaide vrouwelijke aanbidsters van Dionysus/Bacchus, bespringt hem en verscheurt hem op afschuwelijke wijze. Orpheus is aanwijsbaar dood want het hoofd is van de romp gescheiden, zo meldt Ovidius fijntjes.

Juist dat hoofd (en ook de lier) beleven nog meer avonturen: zij worden meegevoerd door een rivier, de lier speelt uit zichzelf en uit Orpheus’ mond is slechts een fluisterzachte klaagzang te vernemen. De dode zanger, nu weer uit één stuk kennelijk, vindt na enig zoeken zijn geliefde Eurydice terug in de onderwereld. Eindelijk herenigd.

Overigens zijn de Bacchanten dan allang veranderd in bomen, voor straf.

Boek XII – In dit boek (en elders) snippers van de Trojaanse oorlog, met voor- en nageschiedenis. Maar een fabelachtige passage vind ik de korte uitleg (vers 29-63) over de verblijfplaats van Fama, de vrouw die voor veel tijdverdrijf zorgt. We zouden het nu ‘juice’ noemen. Vrouwe Fama zorgt voor meer dan alleen ‘roddel en achterklap’, haar product is ook nieuws, roem, gerucht. De beschrijving van deze personificatie is fascinerend. Fama bewoont een kasteel, dat met duizenden ramen en deuren nooit afgesloten is. Het is er nimmer stil, je hoort er continu geruis, als van verre branding. Binnen in het kasteel is het een komen en gaan van onduidelijke personages, een niet aflatende stroom van praatjes, waar en onwaar. En dan deze drie regels over dat ‘schimmige volk’, zo mooi en actueel dat ik ze rechtstreeks weergeef:

“Een deel van hen vult holle oren met gefluisterd nieuws,

dat dan weer snel wordt doorgegeven met een groeiend aantal

verzinsels; elke nieuwe bron breidt de geruchten uit.”

Boek XIII – Na de dood van Achilles tijdens de Trojaanse oorlog bakkeleien Ajax en Odysseus over de wapenrusting van de held. Wie mag haar opeisen? Beiden steken een toespraak af waarin zij het eigenaarschap bepleiten. Odysseus, vermetel – en lang van stof – als hij is, wint. Ajax is ontroostbaar en stort zich in zijn zwaard. Opmerkelijk is dat de schrijver weinig positief is over Odysseus: lafbek, praatjesmaker, veel machinaties, weinig vechtlust.

Troje is gevallen. Astyanax, het zoontje van Hector, een kind nog maar, wordt van de wallen naar beneden gegooid. Koningin Hecuba verdwijnt net als andere Trojaanse vrouwen in gevangenschap, als buit meegenomen door de Grieken. Ze is haar kinderen al kwijt: zoon Polydorus vindt de dood door de hand van de Thraciër Polymestor aan wie hij ter bescherming was meegegeven en dochter Polyxena wordt nota bene opgeëist door de schim van Achilles. Zij wordt geofferd.

Hecuba neemt gruwelijk wraak: terwijl Polymestor zijn onschuld bepleit beweegt zij zich in zijn nabijheid en rukt in één vloeiende beweging zijn ogen uit zijn kassen. De aanwezige Thraciërs stenigen vervolgens Hecuba, die alleen nog gegrom en gejank kan voortbrengen. Die plek bestaat nog, bezweert Ovidius, waar de koningin rouwend om haar lot en dat van Troje nog lang haar hondengehuil heeft geuit.

Boek XIV – Ovidius maakt natuurlijk veel werk van de reis van Aeneas naar ‘Italië’ en de uiteindelijke stichting van Rome. Er is in dit boek plek voor een ultrakorte anekdote, veertien regels maar, die zich afspeelt in de (door mij zo geliefde) streek Puglia, de ‘hak van de laars’. Daar woonde een herder, die vrolijk dansende nimfen de stuipen op het lijf joeg, hen achtervolgde en spottend imiteerde, compleet met danspasjes,ook nog eens aangevuld met schuine praat en scabreuze teksten. Daar hield hij pas mee op toen de (goddelijke) natuur ingreep: zijn keel werd omsloten door een oleaster, een boom uit de olijvenfamilie. Ook de rest van de herder werd boom. Het ooft van de oleaster smaakt zo wrang en bitter, weet Ovidius, omdat de vruchten de schandelijke en onbetamelijke boerenwoorden in zich herbergen.

De oleaster is een wilde olijf, en geen gecultiveerde olijf, zoals wij die kennen. Maar het was juist die wilde olijf waarvan de takken de lauwerkrans vormden die indertijd aan winnaars tijdens de Olympische Spelen werd overhandigd. Overbodig te zeggen: ook dĂĄt wist ik niet.

Boek XV – Bijzondere aandacht voor Pythagoras in zijn onderonsje met de mythische koning Numa van Rome in dit boek. Zij kunnen elkaar niet ontmoet hebben want er zitten eeuwen verschil tussen de twee, maar om propagandistische redenen stopt Ovidius ze bij elkaar. Verrassend voor mij dat Pythagoras kennelijk een overtuigd vegetariĂ«r was, althans zo denkt de dichter er over: in een lang betoog immers wijst de filosoof het doden van dieren om als voedsel te dienen categorisch af.

“De gulle aarde schenkt u rijke oogsten, eetbaar voedsel,

tafels vol spijzen waar geen moord en bloed voor nodig zijn!”

Het ging Ovidius ook om reĂŻncarnatie, gelet op de woorden van Pythagoras. Je moet er toch niet aan denken dat je later terugkeert naar aarde in de vorm van een dier en dan opgegeten wordt!

Grappig is dat Pythagoras vertelt over dieren die in andere dieren hun oorsprong vinden. Leg maar eens een karkas van een dier neer; je zult zien dat er na verloop van tijd beestjes ontstaan. In de recente speelfilm Bugonia wordt aan dit gegeven – bijen ontstaan uit een stierenkarkas – veel aandacht besteed. Fascinerend.

Over de uitgave: voorbeeldige tekstbezorging, handige voetnoten en een enorme catalogus aan eigennamen, mĂ©t aangegeven klemtoon. Ik ontdekte dat ik van het lange gedicht van S. Vestdijk Mnemosyne in de bergen de naam van de moeder der muzen altijd onjuist heb gebruikt: het is MnemĂłsyne en niet MnemosĂœne. Men is nooit uitgeleerd, zullen we maar besluiten.

Met dank aan Marietje d’Hane-Scheltema heb ik dan toch eindelijk Ovidius ‘gelezen’. Van mij krijgt ze een 10.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk

Doe mee aan het Klimaatexamen in Rotterdam!

Er is een unieke kans om de sfeer te herbeleven van een examen op het Erasmiaans! Tijdens de eindexamenperiode wordt er op dinsdag 12 mei het landelijke klimaatexamen afgenomen.

Met het klimaatexamen test en vergroot je je kennis over klimaatverandering en de oplossingen die bijdragen aan een duurzame toekomst. Het examen biedt waardevolle inzichten en ook praktische ideeĂ«n en inspiratie om zelf een belangrijke rol te spelen in dit belangrijke vraagstuk die vooral ook de volgende generaties aangaat. Bij inschrijving kan je kiezen uit de reguliere variant en de expert variant. Desgewenst kan je je voorbereiden via de site van www.klimaatexamen.nl onder het kopje ‘lesstof’. 

Deelname aan het examen is gratis. Het programma is als volgt:

  • 19.00 inloop met koffie en thee
  • 19.15 afnemen absentielijst en korte uitleg over het examen
  • 19.30 start examen
  • 20.30 einde examen en informeel napraten
  • 21.00 afsluiting

Bij het klimaatexamen wordt uiteraard gesurveilleerd door docenten van de school. Neem een pen mee en ook een rekenmachine is handig om bij de hand te hebben met af en toe een rekenvraag tussendoor. Je kan je voor het klimaatexamen aanmelden via de aanmeldknop op https://klimaatexamen.nl/rotterdam-erasmiaans-gymnasium

De uitslagen worden niet openbaar gemaakt dus schroom niet om jezelf (en familieleden, vrienden) in te schrijven om gedurende één uur op een leuke en leerzame manier (nogmaals) examen te doen op het Erasmiaans!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Bijspijkeren met
 Karin den Heijer

Indruk maken? In deze aflevering laat wiskunde-docent Karin den Heijer zien hoe je de stelling van Pythagoras bewijst. Met #Bijspijkeren houdt Semper Floreat oud-leerlingen bij de les!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Valentijn-bite: Jenneke en Niek

Het leven kan raar lopen. We hebben op het Erasmiaans vanaf de 1ste t/m de 4de bij elkaar in de klas gezeten. Jenneke vond Niek maar met papieren vliegtuigjes spelen, en Niek vond Jenneke een eindeloze kletsmajoor en begreep niet wat andere jongens in haar zagen. In de 5de werden we gesplitst in een alfa- en een bĂšta-klas. In de pauzes volleybalden we allebei graag in de gymzaal boven, zo kwam je elkaar weer eens tegen. Bij de biologie excursie naar Noorwegen nog steeds geen wederzijdse interesse, maar bij de Rome reis is de vlam aangegaan: Jenneke vond Niek mooi tekenen en Niek hield opdringerige Italianen met een iets te stevige handdruk op afstand. De liefde werd nog door wat ongelukkig onbegrip verstoord maar is na 2 jaar alsnog bevestigd. Jenneke deed conservatorium piano/hobo in Den Haag en kunstgeschiedenis in Leiden, Niek Technische Natuurkunde in Delft, en zo is het ook altijd gebleven. Een modern dating algoritme had er nooit een match in gezien en Jenneke’s vader wilde niet geloven dat het goed zou komen met onze twee zo verschillende milieu’s. Maar na 46 jaar huwelijk met 3 kinderen en 8 kleinkinderen zijn we nog steeds gelukkig met elkaar. Genieten van muziek, kunst, natuur en elkaar? Of elkaar aanvullen en vrij laten? Of hebben we er niks over te zeggen en gaat het om toeval, hormonen en okselgeur? Zo heeft het Erasmiaans ons toch nog onverwacht veel gebracht. En hebben we er bij de eerste vriend(innet)jes van onze kinderen ook altijd rekening mee gehouden dat het een blijvertje kon zijn.

Jenneke en Niek

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Flitsen tussen buien door

De seizoensfoto viel bijna letterlijk in het water. Gelukkig hielp Reinier Hoffman, hobbyfotograaf en kersvers Rotterdammer, ons uit de brand. De overgang van winter naar lente is door Reinier op dramatische wijze vastgelegd op de gevoelige plaat. De fotograaf zegt hier zelf over: “De lentezon breekt door in een koud en nat Rotterdam.” Eerdere seizoensfoto’s staan hier.

Nawinter in Rotterdam, Reinier Hoffman
foto: Reinier Hoffman

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

De eerste 100 dagen van nieuwe rector Chris van den Berg

Chris van den Berg
Chris van den Berg

De inrichting van de rectorskamer is niet veranderd, maar de rector wel. Chris van den Berg verwelkomt mij met een stevige handdruk. Wij praten over zijn eerste 100 dagen op het Erasmiaans. Wie is hij? Chris heeft Germanistik gestudeerd in Leiden en aan de Freie UniversitÀt van Berlijn. Al tijdens zijn studie vroeg zijn oude middelbare school op Zuid, de Christelijke Scholengemeenschap Calvijn, of hij daar les wilde komen geven. Dat beviel zo goed, dat hij er is blijven werken. En toen Rotterdam-Zuid zijn eigen gymnasium kreeg, was Chris één van de kwartiermakers van het Zuider Gymnasium.

Daar had hij als conrector waarschijnlijk nog gezeten, als zijn vader hem niet had geadviseerd ook nog eens ergens anders te gaan kijken. En zo geschiedde. Chris trok de stoute schoenen aan en schreef zijn motivatiebrief voor het Erasmiaans. Hij werd uitgenodigd en onderdeel van de sollicitatie was een gesprek met 11 vertegenwoordigers van de Erasmiaanse gemeenschap variërend van leerlingen, medewerkers en ouders tot de medezeggenschapsraad.

“Dat was een heel motiverend gesprek. Het klikte meteen. Mij werd onder meer de casus voorgelegd hoe ik aankeek tegen de grote uitstroom in de eerste en tweede klas. Ligt de lat niet te hoog? Kunnen we er nog meer energie in stoppen en waarin dan precies? Daar had en heb ik wel een mening over. Het is voor veel 12- en 13-jarigen een grote overgang van de basisschool naar de middelbare en zeker naar het gymnasium met zijn Latijn en Grieks. Dat gaat niet iedere leerling, hoe talentvol ook, even gemakkelijk af. Sommige leerlingen hebben wat meer tijd nodig of moeten eraan wennen dat ze voor het eerst iets moeten. Op initiatief van het team wordt de niveautoets die bij een onvoldoende voor de Klassieke Talen opgelegd kan worden, vanaf dit schooljaar anders ingezet. Leerlingen gaan bij een onvoldoende hiervoor verplicht deelnemen aan steunles. Vaak zie je dat de resultaten vanaf de 3e klas heel goed zijn. We moeten de leerlingen actief ondersteunen in het proces daarnaartoe. Ik vind het mooi om te zien hoe zorgvuldig het team over deze begeleiding nadenkt.

Ja, er zijn verschillen tussen het Zuider Gymnasium en het Erasmiaans. Met name het verschil in leeftijd. Een school die 700 jaar bestaat kan terugvallen op haar geschiedenis en routines. Het Erasmiaans is een geoliede professionele organisatie. Op Zuid moesten we veel pionieren en experimenteren. Ook goed, maar anders. Dat verleden brengt wel met zich mee, dat je voortdurend moet blijven nadenken hoe dat op zichzelf bijzonder waardevolle verleden zich verhoudt tot de eisen en verwachtingen van de huidige tijd.

We waren natuurlijk collega-scholen en ik had wel een bepaald beeld van het Erasmiaans. Je ontkomt er als relatieve buitenstaander niet aan dat je denkt dat de cultuur van Kralingen en Hillegersberg hier de boventoon voert. Het Erasmiaans als elitaire school. Laat dat nou helemaal niet kloppen. De school is juist ontzettend divers en inclusief. Dat geldt zowel voor de leerlingen als de medewerkers. Het is veel meer een geheel dan ik dacht. De school bruist van de activiteiten, waar leerlingen en medewerkers enthousiast aan meedoen. Ik probeer dat via sociale media ook naar buiten te brengen. Daar was de school veel te bescheiden in. Vonden ze heel gewoon en dat is het echt niet. We moeten ons verhaal vaak tegen elkaar vertellen en ook met veel enthousiasme met anderen delen. Die hebben daar recht op. En dat is ook in ons belang.

Met hiërarchie heb ik niets. Ik ben van de inhoud en ga graag met iedereen over van alles in gesprek. Daar leer je van. Dat doe ik zowel met nieuwe docenten met hun enorm nuttige blik van buiten als met het zeer stabiele personeel dat al jaren op de school werkt en als geen ander weet wat belangrijk is. Ik denk dat ruimte voor die brede betrokkenheid ons een fijne werkgever maakt en dat is sowieso, maar zeker in ons tijdsgewricht heel belangrijk. De komende 10 jaar gaan veel docenten namelijk met pensioen. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle middelbare scholen. Jonge docenten hebben het dan voor het kiezen. Dat wordt een blijvende zoektocht naar onderwijzend talent.

Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van het (zelfstandige) gymnasium. Het is een onderwijsvorm, die ik enorm waardeer om zijn emancipatorische karakter en het biedt alle leerlingen de kans een stapje verder te zetten. Zowel Erasmianen uit de 6e generatie als kinderen uit gezinnen waar het gymnasium geen traditie is. Ik kom zelf ook uit zo’n gezin en het gymnasium heeft mij enorm verrijkt. Daar vind je de legitimatie.

In 2028 kijken we terug op 700 jaar Erasmiaans. We gaan er iets moois van maken waarbij we niet alleen terug, maar ook vooruitkijken. Er komt een jubileumraad waar onder anderen oud-leerlingen voor worden gevraagd. EĂ©n van onze activiteiten wordt het digitaal ontsluiten van de Erasmiaanse geschiedenis: hopelijk ontstaat zo een digitaal Erasmiaans museum. En we gaan de mediatheek omvormen tot bibliotheek. Dat staat al op korte termijn te gebeuren. Boeken lezen is goed! In een gerenoveerd gebouw, want we gaan verbouwen. De aanleiding is, dat ons binnenklimaat moet worden verbeterd. De ventilatie is niet goed. En dat combineren we met groot onderhoud dat we naar voren halen. We mogen in de monumentale vleugel terug naar het oorspronkelijke ontwerp van het gebouw. Dat wordt prachtig met de kozijnen van toen, het glaswerk van toen en vloeren passend bij het ontwerp van toen. Hoe mooi is het om je gasten zo op je 700-jarig verjaardagsfeestje te mogen ontvangen!”

We hebben al te lang gesproken en Chris haast zich naar het volgende overleg. Wat een gedrevenheid en wat een ambities. Het Erasmiaans is beloond met een waardige opvolger van Bouwien!

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Van Erasmiaanse Namen tot Het Vergeten Lyceum

Project Erasmiaanse Namen inspireert tot nieuw Holocaust-educatieproject

In de Leopoldzaal van het Erasmiaans Gymnasium vond op 20 januari 2026 de lancering plaats van Het Vergeten Lyceum. Dit educatieve Holocaust-project vertelt het vrijwel onbekende verhaal van het Joods Lyceum Rotterdam, een oorlogsschool die slechts anderhalf jaar bestond (1941–1943). Op het Joods Lyceum zaten ten minste 24 leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium.

Tijdens de zomervakantie van 1941 ontving Pattist, de toenmalige rector van het Erasmiaans Gymnasium, een brief van de gemeente Rotterdam. In de brief stond dat hij een lijst moest maken van alle leerlingen zijn school, ten behoeve van “scheiding van Joodsche en niet-Joodsche kinderen.” De Joodse leerlingen mochten na de zomer van 1941 niet meer terugkeren op het Erasmiaans. Op een blaadje noteerde rector Pattist hun namen.

Voor de Joodse gymnasium- en hbs-leerlingen richtte de gemeente Rotterdam het Joods Lyceum op. Officieel heette de school het Gemeentelijk Lyceum voor Joodsche leerlingen. De nieuwe school werd gevestigd in Kralingen, in een oud schoolgebouw waarvan de bovenste verdieping zwaar beschadigd was geraakt door het bombardement van 14 mei 1940. Erasmiaan Arthur Trijbits, een van de leerlingen die het Erasmiaans had moeten verlaten, omschreef het gebouw als een “mistroostige school (
) in een platgebombardeerde wijk.”

Schoolhistoricus Niek van der Blom, docent klassieke talen op het Erasmiaans van 1951 tot in 1981, schreef in zijn Grepen uit de geschiedenis van het Erasmiaans Gymnasium (1978) al kort iets over het Joods Lyceum. “Misschien is het weinige dat ik hier doorgeef aanleiding tot het vinden van meer,” schreef hij. Dat ‘meer’ werd gevonden dankzij het project Erasmiaanse Namen, in 2020 geïnitieerd door oud-leerling Anne Schram Ouweneel.

Erasmiaanse Namen is een meerjarig educatief project waarbij zesdeklassers van het Erasmiaans hun profielwerkstuk kunnen schrijven over een oorlogsslachtoffer van hun eigen school. De resultaten van hun onderzoek worden elk jaar rondom de Dodenherdenking op school tentoongesteld, samen met portretten van de Erasmianen die niet terugkeerden en een kunstwerk van Bart Domburg met hun namen.

Tijdens de allereerste lichting van Erasmiaanse Namen, in 2020, stimuleerde Anne een van de leerlingen, Ties Hoogeveen, om onderzoek te doen naar het Joods Lyceum. Toen Ties’ profielwerkstuk af was, ging Anne door waar hij was gestopt. Dat leidde tot het project Het Vergeten Lyceum, bedoeld voor leerlingen uit Rotterdam en omstreken.

Op de website van Het Vergeten Lyceum staat het geĂŻllustreerde verhaal van het Joods Lyceum en zijn leerlingen. De webteksten zijn geschreven op taalniveau B2, zodat leerlingen van alle niveaus en klassen het kunnen begrijpen. Ingewikkelde woorden worden uitgelegd via een inventief uitklaptekstje. Tijdlijnen zorgen ervoor dat de verhalen zowel lineair als non-lineair kunnen worden gelezen. Deze levensverhalen van Joodse leeftijdsgenoten bieden leerlingen van nu een ingang tot historische kennis over de Holocaust. Niets brengt de oorlog zo dichtbij als de eigen stad en de eigen leeftijdsgroep.

De lancering vond plaats in aanwezigheid van nabestaanden van oud-leerlingen van het Joods Lyceum, WO2-onderzoekers, vrijwilligers en andere betrokkenen. Dagvoorzitter Trix van Bennekom, auteur van het boek Halte Hausdorff over de Joods-Rotterdamse huisarts en Erasmiaan David Hausdorff, leidde het programma in en gaf toelichtingen. Chris van den Berg, rector van het Erasmiaans Gymnasium, sprak een welkomstwoord uit. Theo Kemperman, voorzitter van Stichting Loods 24, hield een indrukwekkende lezing over Loods 24 en Holocausteducatie. Daarna werden voor het eerst in de geschiedenis de namen voorgelezen van de nu bekende leerlingen van het Joods Lyceum. Bariton Ken Gould sloot de middag af met een aangrijpende vertolking van Eli, Eli.

In mei 1943 sloot het Joods Lyceum omdat er geen leerlingen meer over waren. Alle 150 leerlingen waren gedeporteerd of ondergedoken. Een enkeling had kunnen vluchten. Van de 25 leerlingen op het lijstje van Pattist overleefden slechts 11 leerlingen de Holocaust.

De website van Het Vergeten Lyceum wordt de komende jaren aangevuld met nieuwe verhalen, lesmateriaal en interactieve functies.

Erasmiaanse Namen en Het Vergeten Lyceum zijn projecten van Stichting Sanderling. Drijvende kracht achter deze projecten is oud-leerling Anne Schram Ouweneel (eindexamenjaar 1990). Anne wordt bijgestaan door vrijwilligers, onder wie Erasmiaan Loes Wijnbergen, dochter van de Erasmiaanse Engelandvaarder Lou Wijnbergen.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Bijspijkeren met… Chris van den Berg

Eine kurze Lektion van docent Duits en onze nieuwe rector, Chris van den Berg! In deze aflevering: das SchulgebÀude als Erinnerungsort. Met #Bijspijkeren houdt Semper Floreat oud-leerlingen bij de les!

Meer weten over onze nieuwe rector? Klik dan hier.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Erasmianen op Romereis

Deze herfst was het weer zover: 143 leerlingen en 15 docenten togen per bus naar Rome. Op de herfstfoto van dit jaar: Erasmianen wachten op de bus, tegen een decor van Rotterdamse gebouwen en herfstbladeren. Meer foto’s van de Romereis vind je hier. Eerdere seizoensfoto’s zijn hier te bewonderen.

Word nu lid van Semper Floreat en maak het werk van dé oud-leerlingenvereniging van het Erasmiaans mede mogelijk.

Pagina 1 van 7

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén