Wat wist ik eigenlijk van Erasmus toen ik op het Erasmiaans zat? Eerlijk gezegd niet zo heel veel ondanks de bewondering die onze leraar Van der Blom voor hem koesterde. Wel was ik mij ervan bewust dat Erasmus beter in Latijn was dan ik – gelet op mijn eindlijst in 1973 geen bijzondere verdienste – en dat hij voor zijn tijd behoorlijk veel door Europa gereisd had. Ben ik de enige Erasmiaan met zo weinig kennis van en waardering voor zijn verre leermeester?

Vele jaren later bedacht onze zoon een leuk plan voor zijn toen bijna gepensioneerde vader, namelijk om een bekend figuur op de fiets na te reizen. Dat werd dus Erasmus, wiens naam in Europa aan veel meer scholen en opleidingen en zo verbonden blijkt te zijn dan alleen aan ons gymnasium, dat echter wel als eerste naar hem vernoemd is. Hoewel mijn vrouw, die niets heeft met Erasmus en niets met fietsen, dit geen prettig plan vond, maakte ik zo de afgelopen jaren korte of langere fietstochten naar het Erasmuscollege, de Erasmushogeschool, het Erasmus Building, de École doctorale Érasme, het Erasmus-von-Rotterdam-Gymnasium, het Istituto Tecnico Erasmo da Rotterdam en nog tal van andere onderwijsinstellingen met Erasmus in hun naam.

Ik vraag dan telkens aan wie ik daar tegenkom – leerlingen, studenten, docenten, … – wat ze weten van Erasmus en daar schrijf ik een blogbericht over: erasmusxxi.eu. Nou, ik ben niet de enige Erasmiaan met weinig kennis over Erasmus. Als gymnasiast wist ik zelfs al meer over Erasmus dan sommigen die ik spreek bij de collegezalen aan de overkant van de Wytemaweg: die kijken ervan op dat het Erasmus MC vernoemd is naar een zekere Erasmus en ze hebben dus zeker geen benul wie dat zou kunnen zijn geweest.
Aan de ene kant stelt het mij natuurlijk gerust dat ik als Erasmiaan destijds niet onderdoe voor veel andere Erasmianen, maar het stelt mij nu vooral teleur. Inmiddels ben ik mij immers inhoudelijk ook in Erasmus’ ideeën gaan verdiepen (mijn Latijn is mede daardoor nu een stuk beter dan bij mijn eindexamen) en zo ontdekte ik dat die opvattingen van hem over rede en vrede, over verantwoordelijkheid en vorming helemaal aansluiten bij onze hedendaagse Europese idealen zonder dromerig naïef te zijn. Een gemiste kans dus als we van Erasmus ons alleen zijn naam herinneren via de naam van een school of een studentenuitwisseling en ondertussen zijn inhoudelijke bijdrage vergeten.

Ik had vroeger nooit nagedacht over fietsvakanties, maar ik moet zeggen dat die erg leuk zijn: minder kilometers dan met de auto, trein of vliegtuig, maar ik zie veel meer, en het gaat sneller dan Erasmus op zijn paard. In het algemeen is de fietsinfrastructuur in Europa prima en doordat ik op zoek ben naar Erasmiaanse scholen, kom ik ook op minder toeristische plekken. Maar Erasmus ging de Alpen over naar Italië en dat moest ik dus onlangs ook doen.
Erasmus zelf had totaal geen oog voor natuurschoon, maar anders dan hij vind ik berglandschappen vaak zeker wel mooi, zo’n bergmeer tussen de toppen in de wolken. Maar de bijbehorende hellingen zijn voor mij echt een opgave: stijgingspercentages van vijf of meer betekenen voor mij lopen (mijn fiets heeft niet zo’n lage versnelling) en omlaag is het een duurtest voor de schijfremmen. En bovenop de Gotthardpas, na twee dagen omhoog zwoegen naar ruim 2100 meter, vond ik het eerlijk gezegd maar een kille kale omgeving. Aan de zuidkant echter wachtte mijn zoon, de aanstichter van mijn fietsavontuur, met zijn vrouw mij op; voelde hij zich tot deze ontvangst verplicht tegenover mij of tegenover zijn moeder? In elk geval waardeerde ik het zeer dat het jonge stel mij gezelschap hield en zij waren ook blij.

De Gotthardpas was het fysieke hoogtepunt van mijn Italië-expeditie; mijn bezoek aan het Liceo Statale Erasmo da Rotterdam in Sesto San Giovanni was de Erasmiaanse top. Misschien wist de directrice van die school ook niet zo veel over Erasmus en over de reden waarom haar school naar deze Rotterdammer vernoemd was, en vond ze het daarom een goed idee om mij te vragen een presentatie te houden over hun naamgever. Alle 150 leerlingen uit de hoogste klas waren twee uur uitgeroosterd en zaten in de zaal terwijl de andere klassen konden meekijken via een videoverbinding. Het leek mij leuk dit in de vorm van een quiz (via deepl.com in het Italiaans vertaald) te doen en die leidde inderdaad tot veel enthousiasme en twee winnaars (goed om te weten dat in Italië telefoons op school al verboden zijn). Ik vond het grappig dat ze mij wisten aan te wijzen op mijn oude klassenfoto (dat was echter geen quizvraag). Na de quiz kreeg ik – via een meisje dat tolkte – nog allerlei uiteenlopende vragen over mijn fietsavontuur en over Erasmus.

Wat weet jij eigenlijk van Erasmus? Ik geef een voorbeeld van een quizvraag:
Zowel op zijn heenreis naar Italië als op zijn terugreis uit Italië schreef Erasmus een werk. Welk op de heenreis en welk op de terugreis?
a. Adagia
b. Lof der Zotheid
c. Alpenzang
d. Colloquia

Het zijn echt alle vier teksten van Erasmus maar de man heeft ongelooflijk veel meer geschreven. Naar mijn mening is dat dus nog steeds grotendeels inhoudelijk heel actueel maar daarom niet altijd meteen nog heel toegankelijk. Het kostte mij best veel tijd om een beetje een overzicht te krijgen. Zo ontdekte ik ook dat Erasmus een oudere broer had, die Pieter heette; dat is echt waar en dat bracht mij op het idee een soort roman te schrijven die mijn naamgenoot opdraagt aan zijn beroemde broer Erasmus. Dat verhaal geeft met name een levensloop van Erasmus en overzicht van zijn werken die voor iemand in onze eeuw toegankelijk zijn en die toch een correct beeld geven (dat zeg ik niet alleen, maar dat zegt een erkend Erasmoloog). Het is bovendien een stuk korter dan de meeste pillen over onze schoolpatroon. Ik wil het in elk geval vanaf dit najaar als feuilleton via mijn nieuwsbrief verspreiden in achttien korte hoofdstukken. Dus als je Erasmus op die manier wilt leren kennen, meld je dan aan voor die nieuwsbrief op erasmusxxi.eu.
Nu nog de antwoorden op de quizvraag: Op de heenreis naar Italië schreef Erasmus het gedicht Carmen alpestre, een Alpenzang. Dat had je misschien al geraden vanwege de naam, maar vermoedelijk raad je niet zo gauw waarover dat gedicht gaat: de ellende van de ouderdom (van een dertiger!). De lof der zotheid, Laus stultitiae, is van alle werken van Erasmus het bekendst gebleven, maar Erasmus zelf vond het maar een niemandalletje, dat hij schreef, naar eigen zeggen, om toch iets te doen te hebben tijdens zijn terugreis te paard uit Italië, waar hij in elk geval jonger vandaan ging dan hij aangekomen was.
Reizen in de buitenlucht houdt je jong!
Pieter van der Hoeven
