Categorieën
Tolle belege

De Vijf op Avontuur

Dwars door het Romeinse Rijk

Op vrijdag 26 juni 2026 vond de langverwachte boekpresentatie plaats van ‘STRATEIA ’75 – Een veldtocht’, het dagboek van Jan Frederik Buschmann, bijgehouden tijdens de post-eindexamenreis dwars door de grenzen van het Romeinse Rijk. Met vier mede-gymnasiasten trok ‘Busch’ gedurende ruim acht zomerse weken in 1975 in een tot camper verbouwde Volkswagen-bestelbus door Europa.

Dagelijks, van 22 juni tot 16 augustus, hield Jan Buschmann in zijn kenmerkende, vrijwel onleesbare spijkerschrift, behorend bij de krabbelende linkspoot die hij nu eenmaal was, in een gekartonneerd schrift de belevenissen van het kwintet bij. Een halve eeuw later waant de lezer zich in een tijdcapsule naar een vergeten wereld. Een ‘reisjournaal’ dat het verdiende uitgegeven te worden.

Koetshuis

De dag van de lancering van het dagboek was net zo verstikkend warm als de dag van Buschmann’s uitvaart, op 21 mei 2011. Dat was een diep droevig moment, want voor het eerst had een klasgenoot het leven gelaten, geveld door kanker. Hij was 55 jaar. Net als vijftien jaar eerder geen zuchtje wind, geen wolkje te bekennen en een onbarmhartige zon.

Plaats van handeling, niet toevallig, café de Parqiet op de begane grond van het Koetshuis in het Park, het voormalige woonhuis van de familie Bakker, waar menig schoolfeest werd gehouden in dagen van olim – én het vertrekpunt van de reis op 22 juni 1975. (Jelte Bakker, in z’n achteruit, reed toen pardoes tegen een van de pilaren: deuk! Dat begon al goed.)

De dag van de lancering

Code rood had de uitbater gedwongen de deuren te sluiten, maar gezien het historische belang van de locatie voor het Strateia-gezelschap was men zo aardig geweest een provisorische borrelplek in te richten, onder de grote iep op het grasveld voor het koetshuis: een houten tafel, klapstoeltjes, gecompleteerd met meegebrachte koelboxen met inhoud, en wat schaaltjes borrelnoten. Het minimalistische decor, de herkenning van de genodigden die elkaar soms in vele jaren niet hadden gezien, te voet of fietsend naderend in het verder uitgestorven Park, de windstille hitte, het had een licht ontregelend effect.

Oude bekenden

Lieke Buschmann, Jan’s jongere zus, ontving zichtbaar geroerd het ‘eerste exemplaar’ uit handen van Jelte Bakker, tegenwoordig woonachtig in Portugal maar speciaal voor de gelegenheid overgekomen. Zo was Jan tóch nog een beetje aanwezig, naast de overgebleven leden van het Strateia-gezelschap: Ivan Baas, Jelte Bakker, Jan Schram en Rob Smits. Diverse ‘oude bekenden’ van toen waren inmiddels binnengedruppeld: Mary Westerduin, Hans Elshoff, Rogier Scheltes, Saskia Bender-de Groot, Niek-Jan Ferwerda en Jan-Joost de Man… allen deden ze eindexamen in de periode 1975-1976.

Bladerend door het boekje, mooi vormgegeven door Ivan, vallen een paar dingen op. Zoals gezegd: de onbarmhartige tijdreis. Als de dag van gisteren deden we eindexamen en stoven wij alle universitaire kanten op, en plotsklaps zijn we oude mensen geworden. Geen originele gedachte, zelfs een cliché, maar een hardnekkig aspect van clichés is nu eenmaal dat ze wáár zijn. Je knippert een paar keer met je ogen en je leven is bijna voorbij, zo’n gedachte dus.

Je leest over de voorbereidende ideeën, vaak onder schooltijd uitgewisseld, de aanschaf van de VW-bus, het getimmer en gezaag om er voor vijf jongens slaapplaatsen in en om te creëren, plus kookgelegenheid. Maar ook over geld wisselen bij elke grens, het sporadische contact met het thuisfront per (prijzige) openbare telefoon, de kampeergelegenheden onderweg, het gebrekkige wegennet, de taalbarrières. Aspecten van voorbije vakanties waar je inderdaad oud voor moet zijn om te kunnen hebben meegemaakt.

Instabiele regio’s

Maar je leest ook over het verbijsterende besluit van het stel om Rob Smits (“de beste chauffeur van ons allen”) vooral in Turkije achter het stuur te laten plaatsnemen. Daar was het immers niet zo druk op de weg. Dit terwijl uitgerekend Rob als enige van de vijf niet over een rijbewijs beschikte.

Langs de grenzen van het Romeinse Rijk reizen was bij voorbaat al uitgesloten. Inderdaad ging men er zo’n beetje dwars dóórheen – de ouders thuis hadden een veto uitgesproken over een doorreis van vijf tieners in Libië of Tunesië, om maar eens toentertijd instabiele regio’s te noemen. Zoals nu ouders een backpack-vakantie van hun kroost door Kosovo of Transnistrië zouden afkeuren. Griekenland, Turkije (Troje!), Italië en Frankrijk kwamen wel aan bod, na een tocht door het communistische Joegoslavië en Bulgarije.

De route, ingetekend in de RIJAm schoolagenda

We komen voorts van alles te weten over darminfecties, drinkgelagen, ruzies, olielekkage onderweg en we genieten van veel, heel veel details over prijzen van eten, drank, benzine, verkeersboetes, routes, afgelegde kilometers en de constante zoektocht naar een goedkope camping.

Zo naderden de heren op woensdag 25 juni 1975 Belgrado, dronken er een “ruime borrel” [sic] en trokken vervolgens naar de stad voor een “gastronomische proef”. Mixed grill, schnitzel, roast pork, heerlijke wijn en Turkse koffie toe voor vijf hongerige personen, noteerde Jan. Ze rekenden tweeëndertig gulden af. Omgerekend, geïndexeerd, zestig euro nu. Wat een feest.

Onbekommerde lol

Bespiegelingen over die Romeinen – waar het toch a priori om draaide – en hun in veroveringszin gevatte cultuur ontbreken hoegenaamd. Je zou denken dat het dé mogelijkheid was om alles wat ze in zes, zeven, voor sommigen acht jaar gymnasiale impregnatie hadden opgestoken nu eens ter plekke te becommentariëren. Maar misschien was het inderdaad beter om de schoolbanken te vergeten en onbekommerde lol te maken. Of misschien schreef Jan er te weinig van op. Op 3 juli lezen we (over Turkije) dan toch: “Pracht en praal van Hadrianus, we zijn diep onder de indruk.” “Topkapi (prachtig!)” En in Pompeji: “Alles waar zo veel over geschreven is zien we met eigen ogen.” Sporadische vermeldingen, er waren klaarblijkelijk andere prioriteiten.

Je zou ook wat meer hormonaal geweld verwachten, tenslotte ging het op school in zekere zin altijd over ‘meisjes’, Op campings onderweg vindt het gezelschap weliswaar gemakkelijk aansluiting bij andere jongemannen op trektocht, maar over wulpse blondines en lonkende brunettes helaas nauwelijks een woord, en dat dan nog zeer omfloerst:

Vrijdag 18 juli: […] “Tenslotte gaan ze [inclusief twee Duitse meisjes -red.] allemaal slapen en van alle snode plannen komt weer niets terecht.”
Zaterdag 19 juli: “Na het ontbijt worden Ina en Kristiana meegenomen tot aan Trikala, waar we afscheid nemen en koers zetten richting Delphi.”

Wat een nachtkaars! De teleurstelling is vooral vervat in het woordje ‘weer’.

Turkse troepenverplaatsingen

Geen Noord-Afrikaanse avonturen dus, maar internationale spanningen te over in de regio Griekenland-Turkije. In de zomer van 1974 was het Turkse leger Cyprus binnengevallen na een Griekse staatsgreep. Maandag 14 juli: “En dan naar de grens, langs opvallend veel militaire objecten. Turkije uit zonder problemen, niemandsland in en dan een brug met in het midden een Turkse en een Griekse soldaat, gevolgd door de Griekse douane, waar het een vrolijke boel is en een Griek in burger bij Jan informeert naar Turkse troepenverplaatsingen…”

Ineenstorting van het Oostblok zou nog veertien jaar duren. De twee machtsblokken in de wereld stonden nog lijnrecht tegenover elkaar. De Vijf ontmoetten een Poolse jongen die hen van alles kon vertellen over het leven in het Westen, maar…

Vrijdag 1 augustus: “…we zitten met de mond vol tanden als [de Poolse jongen] vraagt wat wij weten van wat er gebeurt aan de andere kant van het [IJzeren] Gordijn.”

Wat uiteindelijk een veel belangrijker signaal blijkt is van mechanische aard. Zaterdag 9 augustus: […] “En als we dan goed en wel op weg zijn wordt de rare piep, die er gisteren ook al was, als maar erger, het zal de versnellingsbak wel weer zijn…”

En hoe dát afloopt! Daarvoor moet je het boekje lezen. De VW-bus is allang ter ziele. Gelukkig hebben ze een van de kentekenplaten nog. ‘Jongens waren we, maar aardige jongens.’

Jan-Joost de Man


Het boek ‘STRATEIA ’75 – Een veldtocht’, door Jan Frederik Buschmann is in eigen beheer uitgebracht. Exemplaren zijn te verkrijgen, na overleg, bij Ivan Baas, te bereiken via baas@ivanbaas.nl. 100 pp, met talloze kleurenfoto’s van een Europa dat niet meer bestaat. Met een voorwoord van Jan-Joost de Man en een nawoord van Jelte Bakker.

Jan-Joost publiceerde in 2014 een terugblik op zijn ‘jaren met Busch’. Verscheen eerder in Tolle Belege: https://joostcurious.wordpress.com/2014/09/30/meer-inkt/